Vossen en roofdieren zorgen voor MINDER Teken

Vossen en roofdieren zorgen voor MINDER Teken

Natuur

Vossen en roofdieren zorgen voor MINDER Teken

Lange tijd werd de vos en andere roofdieren gezien als boosdoener. Er werd lange tijd gedacht dat zij voor de verspreiding van teken en de ziekte van Lyme zorgden. Maar het tegenovergestelde is pas waar. Ecoloog Tim Hofmeester ontdekte dat roofdieren juist voor minder teken zorgen.

Onderzoek

Het is zijn conclusie na een gedegen onderzoek.Vossen en andere roofdieren brengen het aantal teken en daarmee het risico op tekenbeten omlaag. De Wageningse ecoloog Tim Hofmeester is gepromoveerd op dit onderzoek.

Ziekte van Lyme

Ongeveer tien procent van alle teken draagt het bacteriecomplex mee dat de ziekte van Lyme veroorzaakt, die jaarlijks rond de 25.000 mensen treft. Maar in gebieden met haast geen vossen of andere roofdieren, leven tien tot twintig keer meer teken dan in gebieden met veel vossen, ontdekte Hofmeester.

Gastheren voor teek

Er werd heel lang gedacht dat zoogdieren, en dus ook roofdieren, juist teken verspreiden. Gedeeltelijk klopt dit want dat gaat alleen op voor herten en reeën. Juist de vossen en de roofdieren spelen als ‘gastheren’ nauwelijks een rol. Sterker nog, waar zij leven, zijn juist minder teken.

Een teek heeft drie levensstadia

  • De larve
  • De nimf
  • En de adult

In al die stadia heeft hij bloed nodig om te overleven. De larven zitten vooral op muizen, de nimfen op merels en lijsters en de adulten vooral op herten en reeën. Nu blijkt dat muizen minder teken bij zich hebben in gebieden met meer roofdieren. Waarschijnlijk doordat muizen zich gedeisd houden. Ze komen minder op plekken waar ze larven kunnen opdoen.

Vreemde ontdekking

De Wageningse ecoloog Tim Hofmeester deed nog een vreemde ontdekking. Weliswaar zorgen herten en reeën voor de verspreiding van teken, maar de dichtheid van de populatie herten maakt niets uit .Sterker nog, de aanwezigheid van veel herten blijkt een dempend effect te hebben op de overdracht va de lymebacterie.

Herten niet ontvankelijk voor lymebacterie

In de Amsterdamse Waterleiding Duinen, waar veel damherten lopen, is maar anderhalf procent van de teken besmet. Dat komt doordat herten zelf niet ontvankelijk zijn voor lymebacteriën en ze dus ook niet overdragen. In tegenstelling tot andere belangrijke gastheren van teken: muizen, merels en zanglijsters.

Algemene opvatting

De algemene opvatting was dat er een direct verband bestaat tussen de terugkeer van grote aantallen zoogdieren in Europa en de groei van het aantal teken, sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw. Dit klopt maar voor een gedeelte.

Gebeten door een teek en dan

Teken en hoeveelheid bos

De verspreiding van de teek heeft voor een groot deel te maken met de toename van het percentage bos in Europa. Bos is namelijk de ideale tekenhabitat. Daarnaast zijn alle belangrijke gastheren voor teken in aantal toegenomen. Bepaalde muizensoorten zijn in aantal toegenomen. De merels zijn in aantal toegenomen. En de herten en reeën hebben grote delen van Europa geherkoloniseerd.

Balans terug door roofdieren

Ecoloog Tim Hofmeester denkt dat roofdieren belangrijk zijn om evenwicht in het systeem te brengen. Eerst waren een paar reeën en muizen alles wat er in onze bossen voorkwam. Dat was ideaal voor teken en de lymebacterie. Nu zijn allerlei andere soorten ons land aan het heroveren, roofdieren als vossen, dassen en boommarters. Zij brengen de balans terug.

Aanwezigheid vossen etc. stimuleren

Als je minder teken wilt, moet je de aanwezigheid van vossen, boommarters, steenmarters, bunzings en dassen stimuleren. Nu wordt deze aanwezigheid beperkt zowel legaalal en illegaal. Er wordt nu nog gedacht dat als je op vossen, herten en reeën jaagt en afschiet, je ook aan tekenbestrijding doet. Helaas blijkt het omgekeerde waar te zijn. Volgens de Ecoloog zijn er wel opties om de tekenziekten terug te dringen.

  • Sluit speel en recreatiebossen af voor herten en reeën
  • Goed maaien en gras kort houden langs wandelpaden
  • Waarschuwen om beschermende kleding te dragen

Binnen een paar jaar is het aantal teken dan gereduceerd tot bijna nul.

Nieuw probleem: Teek rukt op naar de stad.

Er zijn tegenwoordig in de stad tal van gastheren voor teken. Je ziet er steeds meer marters, kleine zoogdieren, ratten, houtduiven, merels en lijsters. Maar ook zie je steeds vaker reeën in stadsparken. En helaas lopen mensen steeds vaker risico op een tekenbeet tijdens het tuinieren. Gewoonweg omdat je er in je eigen tuin niet op bedacht bent. Dus ook daar geldt, houdt het gras en onkruid laag.

De algehele conclusie is dus: Lieve Mensen Blijf waakzaam voor de teek, het is een sloper.

Bron: volkskrant/auteur/caspar-janssen

Tineke Nieuws

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *